CAFÉ ROSSO – Moet men krabben waar het jeukt? Over filosofisch krabben

 in Filosofie

Moet men krabben waar het jeukt?

Deze tekst sprak ik zaterdag 16 februari tijdens Café Rosso in Theater De Roode Bioscoop:

Laatst vroeg iemand mij: heb je een favoriete filosofische stroming? Het is zo’n vraag die me radeloos kan maken. Geef een top drie van beste films, welk boek neem je mee naar een onbewoond eiland, wie zijn de beste schrijvers van Nederland. Ik ontwijk die vragen. Ik ga het snel over iets anders hebben.

Het was op een borrel, afgelopen maandag, hier in Theater De Roode Bioscoop, ik stond daar met een kom mosterdsoep in mijn handen en opeens rolde er een antwoord uit mijn mond:

‘Ik heb geen favoriete filosofische stroming,’ zei ik, ‘maar ik heb wel een lievelingsfilosoof: Patricia de Martelaere.’

Het waren mijn eigen woorden, en toch was ik verbaasd. Op het moment dat ik die zin uitsprak, werd me iets duidelijk wat ik zelf nog niet wist: ik had een lievelingsfilosoof. Echt nieuws was het niet voor me, de afgelopen jaren pakte ik steeds weer haar bundels erbij. Kraste ze vol met onderstrepingen, sterretjes en uitroeptekens.

Patricia de Martaere

Op 4 maart is het tien jaar geleden dat ze is overleden, de Vlaamse schrijver en filosoof Patricia de Martelaere. Pas na haar dood heb ik haar werk werkelijk leren kennen.

Misschien had ik al veel eerder fan kunnen zijn, als ik niet was begonnen bij haar bekende essay ‘Een verlangen naar ontroostbaarheid’, maar bij een column – weggestopt aan het einde van de bundel – met net zo’n intrigerende titel: ‘Moet men krabben waar het jeukt?’ Ik zocht het deze week toevallig op, en vond in potlood mijn aantekening erboven: “Dit is zo goed [uitroepteken]”

Moet je krabben waar het jeukt? Dat hangt van de jeuk af. Soms helpt het, maar meestal niet. Het is beter om niet te krabben, krabben maakt de jeuk alleen maar erger.

De Martelaere brengt in deze column een ode aan filosofisch krabben: een vorm van krabben die jeuk niet tot bedaren brengt. Filosofische vragen brengen meer vragen, antwoorden lijken verder weg dan ooit.
Hoe anders zijn de wetenschappen die moeten zorgen voor een jeukvrij bestaan.

Een jeukvrij bestaan

Een jeukvrij bestaan – is dat wat we willen? Daar lijkt het soms wel op:

We willen antwoorden op vragen, oplossingen voor problemen, voorspellingen voor toekomstscenario’s, en kansberekeningen bij risico’s.
We willen handvatten en houvast, verzekeringen en zekerheden, en een zalfje voor de jeuk.

Een jeukvrij bestaan – ik heb het idee dat de apps en de algoritmes, technologie en data ons de indruk geven dat een jeukvrij bestaan binnen handbereik ligt.

Een bestaan waarin je niet meer hoeft te verdwalen, een bestaan waar je de vraagtekens in gesprekken kunt wegpoetsen door je telefoon erbij te pakken, een bestaan waarin je niet meer in winkels etenswaren bij elkaar moet zoeken en je niet meer hoeft te koken, een bestaan waarin een apparaat jou beter kent dan jij jezelf.

Je kunt bijvoorbeeld nu op dit moment thuis op de bank een serie kijken die precies aansluit bij je persoonlijke behoeften, die precies de juiste hoeveelheid spanning bevat en de ideale verhaalopbouw – en dat alles comfortabel op je eigen bank.
Waarom zou je dan door weer en wind, naar de andere kant van de stad fietsen, naar een theatertje met harde stoelen waar je nog maar moet afwachten of je iets moois te wachten staat? Waar het waarschijnlijk anders zal zijn dan verwacht, waar je je zult kunnen ergeren, waar iets zou kunnen gebeuren wat niet de afspraak was. Kortom, waar het zou kunnen jeuken? U bent hier. Bent u misschien iemand die het genot kent van de jeuk?

Krabben waar het jeukt

Krabben waar het jeukt –  Het is niet comfortabel, het is niet efficiënt en al helemaal niet nuttig. Het leidt tot niets. Maar als je krabt zoals Patricia De Martelaere het doet dan kan het wel tot iets moois leiden.

Doordat zij altijd helder blijft schrijven, zonder mistige zinnen, zonder vage woorden – zo begrijpelijk, zelfs als je het later niet begrepen blijkt te hebben.
Doordat zij zinnen schrijft die mooi klinken – wat niet vanzelfsprekend is voor een filosoof.
Doordat zij in ieder essay me laat voelen dat ik niet hoef te verlangen naar een jeukvrij bestaan.

Daarom tot slot de woorden van Patricia de Martelaere, de laatste alinea’s van haar column:

‘Filosofisch krabben is krabben dat jeuk teweegbrengt. Het begint op een onooglijk plekje, achter het oor of op de voetzool, maar het breidt zich onder het krabben uit totdat het hele hoofd, de benen en het hele lichaam zijn ingenomen – tot de handen toe die zoeken te krabben waar het jeukt. Daar is niets mee gewonnen.

Het is beter niet te krabben. Maar wie nooit heeft gekrabd, op een zwoele zomernacht, nat van het zweet, uitgeput en slapeloos, met het scherp van de nagels en tot bloedens toe, hopeloos en zonder verlichting – wie nooit heeft ondervonden, hoe het genot uiteindelijk toch nog een gestalte kan worden van de kwelling – die heeft misschien ook een kleinigheid gemist.’

Aanbevolen Berichten

reactie plaatsen

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.