COLUMN – Als ik een ziekenhuis binnenloop, zou ik willen geloven

 in Columns, Levenskunst

Ziekenhuis

Als ik een ziekenhuis binnenloop, zou ik willen geloven. Maakt me niet uit welke god, goden of godinnen. Gewoon iets. Ik stap in de draaideur van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Oost. Het gerinkel van de tram vervaagt. De taxi die toch maar stopte voor het zebrapad, de klodders duivenpoep op de stoep, de toerist met een kaart in zijn hand: binnen een paar stappen  verlaat ik de stad en ben ik in een andere wereld.

De aankomsthal van het OLVG heeft iets van een heilig gebouw. De hoge ruimte, het licht dat het glazen dak doorlaat, de akoestiek die alle geluiden dempt. Er is zelfs een kapel. Sinds een Open Dag – ja, ziekenhuizen doen daar tegenwoordig ook aan – weet ik dat je daar gewoon naar binnen kunt. Om er te komen kom je langs de ingang van de personeelskantine.

In de kapel steekt een vrouw een kaarsje aan bij Maria. U bent welkom, ongeacht de aard van uw geloof zegt de folder die naast de waxinelichtjes ligt. De sfeer in de kapel is aangenaam voor iedereen. Witte muren, veel licht, houten balken, een labyrint op de vloer. Niet alleen iconen, maar ook een abstract schilderij. Over ieder detail in de inrichting is nagedacht. Ik doe mijn best om me hier op m’n plek te voelen, maar het lukt me niet.

Bamboebladeren

Ik loop door de gang terug naar de hal. Aan weerszijden zijn glazen puien die uitzicht geven op de tuin van het ziekenhuis. Ik zie een deur, verheug me op het briesje en de bamboebladeren. Op een bankje zitten in de schaduw in het groen, misschien is dat wat ik nodig heb. Maar de deur gaat niet open. Dit deel van de tuin hoort bij de personeelskantine. Dan maar het plastic stoeltje in de wachtruimte.

Mijn verlangen naar een verbinding met iets hogers leidt tot niets en daarom springt het over naar de mensen om me heen. De man die met een enorme bus shag onder zijn arm een hand geeft aan iemand in een witte jas, de twee meneren die ruziemaken over wie welke plek in de rij heeft, de moeder die haar puberzoon een aai over zijn bol geeft, de zoon die de aai accepteert met zijn blik op zijn telefoon, de assistent met in de zakken van haar witte broekspijpen de handboekjes met protocollen en richtlijnen. Al die mensen achter de balies die zo ontzettend aardig doen. Ik glimlach naar de vrouw naast me. Ze lacht terug. Misschien is dat genoeg.

 

Gepubliceerd in Dwars door de buurt, juli 2017.

Maandelijks schrijf ik een column over leven in Amsterdam-Oost.

Aanbevolen Berichten

reactie plaatsen

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

If you agree to these terms, please click here.

Merlijn Doomernik