COLUMN – Tijd

 in Stadscolumns Amsterdam-Oost

Ik ben in het Amsterdam Museum – op zoek naar de tentoonstelling ‘1001 vrouwen in de 20ste eeuw’. Trap af, rechtsom, trap op, door een ondergronds gangenstelsel met knaloranje muren en spiegels aan weerszijden. De vrouwen heb ik nog niet gevonden. Ik zie een bankje en een scherm. Er is een film over de groei van Amsterdam. Een kaart die begint in het jaar 1000 – Amsterdam is niet meer dan een groen vlak met wat kronkelende streepjes blauw. Rechtsonder in het beeld staat het aantal inwoners. In het jaar 1000 zijn dat er nul.

De tijd springt verder in het filmpje: 1100 en er zijn sloten en weilanden, 1250 en de kaart wordt blauw van overstromingen, 1275 en twee dunne rode streepjes van huizen verschijnen aan de monding van de Amstel. Er wonen duizend mensen. In 1320 zijn er drieduizend inwoners, in 1450 wordt de tienduizend gehaald. Er is een moment dat de plattegrond iets overzichtelijks heeft: een halve maan met de zigzaggende lijn van een stadsmuur aan de buitenrand. De groei gaat door – er zijn uitstulpingen alle kanten op. Er komen zwart-witte spoorlijnen, snelwegen en een vliegveld.

De film eindigt in het jaar 2000. De kaart die groen begon is rood geworden. Een gracht, ringvaart of dijk die ooit een buitenrand was, is weer ingesloten. Binnen een paar minuten heb ik duizend jaar aan me voorbij zien gaan. Duizend jaar geschiedenis – en ik denk aan al die twisten en tijdperken, opstanden en oorlogen. Ik blijf nog even zitten, de film van de groeikaart begint opnieuw. Van het veen naar het vissersdorp, van een groene vlakte naar een rode vlek. Na vier minuten zijn de duizend jaar weer voorbij.

Duizend jaar

Duizend jaar – ik probeer de hoeveelheid tijd te laten doordringen. Maar er is iets raars aan de hand. Die ochtend sprak ik iemand over de zoutvlakte in Bolivia waar de grondstof lithium voor onze batterijen vandaan komt. Dat ging over zoutlagen van honderd miljoen jaar geleden, meren die veertigduizend jaar geleden ontstonden en een zoutvlakte van tienduizend jaar oud. En opeens vind ik die duizend jaar zo weinig. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Zo kort nog maar?

Eindelijk vind ik de ingang van de tentoonstelling van de 1001 vrouwen. Ik sta in een zaal van pioniers. Ik lees over bioloog Johanna Westerdijk die in 1917 de eerste Nederlandse vrouwelijke hoogleraar werd. Over Margaret Kropholler, de eerste Nederlandse vrouwelijke architect. Over Aletta Jacobs en over honderd jaar vrouwenkiesrecht. Ik heb even geen idee of alles nou zo snel of zo langzaam gaat, of honderd jaar nou veel of weinig tijd is – en wat dit allemaal betekent. Ik kijk op mijn horloge. Is het al zo laat? Over tien minuten heb ik een afspraak – ik moet gaan.

 

Gepubliceerd in Dwars door de buurt, april 2019.

Maandelijks schrijf ik in Dwars door de buurt een column over leven in Amsterdam-Oost.

Aanbevolen Berichten

reactie plaatsen

For security, use of Google's reCAPTCHA service is required which is subject to the Google Privacy Policy and Terms of Use.

I agree to these terms.

Column Dorp en stad Carolien van Welij